Lichamelijke handicap
Jonggehandicapten met een lichamelijke beperking hebben vaak een meer eenduidige en concretere problematiek dan jongeren met een licht verstandelijke beperking. Vaak hebben zij een werkplekaanpassing nodig. Een groot verschil met de voorgaande groep is dat deze jongeren verstandelijk goed tot zeer goed kunnen functioneren. Als de lichamelijke handicap zwaarder is, heeft het in de ontwikkeling zoveel gevergd dat de jongere tijd nodig heeft gehad om te leren omgaan met de handicap. De cognitieve ontwikkeling is daardoor achtergebleven.
Als deze jongeren op de juiste plek op de arbeidsmarkt aan de slag kunnen, zie je vaak dat er een inhaalslag wordt gepleegd en ze juist cognitief - of op het vakgebied dat hen ‘ligt’ - doorontwikkelen. Voorzieningen voor Wajongeren met een lichamelijke handicap kunnen heel divers zijn: van kleine aanpassingen zoals een aangepast beeldscherm voor een ICT-er met een visuele beperking of grotere aanpassingen zoals een rolstoellift of aangepast vervoer voor een rolstoeler.
Even zo is de plek waar ze in de maatschappij aan de slag zouden kunnen gaan heel divers. Zoals aangegeven: een lichamelijke beperking hoeft ook niet direct een verstandelijke te zijn (al behoort ook dat tot de mogelijkheden). In principe kan iemand met een lichamelijke beperking vele beroepen uitoefenen al dan niet met de nodige aanpassingen.