Het verhaal van Kevin
De eerste ontmoeting is bijzonder: niet alleen Kevin, maar ook beide ouders zijn aanwezig bij de intake. En hoewel vooraf wordt aangegeven dat het gesprek het meest oplevert als Kevin zelf het gesprek voert, komt hij nauwelijks aan het woord. Een intake met vader en moeder dus. Er komt wel heel veel informatie los: Kevin is in behoorlijke mate autist. Schoolgaan is moeilijk. Stage is heel erg moeilijk. “Ja, ik geef wel mijn mening over de dingen!”, zo geeft Kevin tijdens het gesprek opeens vrij fel aan. De enige stage die is uitgediend, is die in het bedrijf van zijn vader. Over de andere drie stage plekken is hij heel negatief: iedereen was tegen hem. Het niveau van Kevin is niet heel hoog: niveau 1 is afgerond, niveau 2 lukt op dit moment niet, vandaar dat hij werk zoekt. De ouders spreken de hoop uit dat het een baan zal zijn waarbij hij op enig moment alsnog niveau 2 zal kunnen gaan doen. Kevin heeft belangstelling voor inpakwerk, magazijnwerk of lopende bandwerk.
Al vrij snel komt de jobcoach met een baan die ligt in het verlengde van de verlangens van Kevin en zijn ouders. Vouw- en inpakwerk, maar ook productiewerk waarbij kleine technische werkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Bijvoorbeeld het in elkaar zetten van bureaustoelen. Al na twee dagen geeft de chef aan dat Kevin alle gesprekken beheerst of interrumpeert tijdens pauzes. Maar ook aan de werktafel: hij kletst non-stop honderduit over wat hem bezighoudt. (Kletsen en werken blijkt ook nog te moeilijk). Er is geen enkele ruimte voor een verhaal – laat staan de mening - van een ander. Na drie dagen is de irritatie zo hoog gestegen dat vijf van de acht collegae niet meer samen pauze willen. Intensief wordt er ingezet op verbetering. Geen enkele wijze van interventie wordt aangenomen. Bij alles schiet Kevin totaal in de stress en in het verweer.
Na één week is er maar een oplossing: stoppen. Omdat deze week zo’n heftig verloop liet zien informeert de jobcoach uitgebreid bij andere instanties die (zijdelings) ter sprake zijn geweest bij de intake. Wat blijkt? De ouders van Kevin willen koste wat kost dat Kevin een normaal leven leidt. Werk, een huis, een vrouw. Al drie jobcoachbedrijven zijn benaderd om werk te zoeken. Een ervan heeft inmiddels een Wsw-indicatie aangevraagd: keer op keer komt er informatie van alle kanten die erop wijst dat Kevin niet in staat zal zijn in een bedrijf te functioneren. De ouders gaan schijnbaar onvermoeibaar verder steeds meer mensen in te zetten Kevin toch aan die baan te helpen en verzwijgen daarbij belangrijke informatie.
Tenslotte komen alle betrokken instanties bij elkaar: dan is het probleem helder. Deze jongen zal nooit in een regulier bedrijf kunnen werken. Misschien Wsw en anders wordt het dagbesteding omdat het voor Kevin bijna onmogelijk is te communiceren. Pas in zo’n beschermde omgeving zal Kevin gelukkig kunnen zijn.